AGFA Politie

AGFA Politie

De AGFA Politie is per 1 januari 2020 afgesplitst van de AGFA, maar vormt daarmee nog wel een personele unie. Zij brengt adviezen uit over voorgenomen disciplinaire straffen van politieambtenaren vanwege de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging, vergadering of betoging. In de praktijk gaan deze adviezen meestal over uitlatingen van politieambtenaren in app-groepen en andere sociale media.

Adviezen over vrijheid van meningsuiting

Adviesaanvraag nr. 2024-00039  

Voorgenomen disciplinaire straf van inhouding van het salaris ter grootte van € 400,00 bruto en maatregel van overplaatsing met functioneringstraject in verband met het maken van een grensoverschrijdende c.q. vrouwonvriendelijke opmerking naar een collega. De uiting van de ambtenaar valt binnen de bevoegdheid van de commissie en is terecht aan de commissie voorgelegd. Met de uiting heeft de ambtenaar zich negatief en seksistisch uitgelaten in de richting van zijn vrouwelijke collega. Met het doen van een dergelijke grievende uiting wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De door de ambtenaar gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel, bijvoorbeeld om bepaalde kritiek uit te drukken. Er is sprake van een als seksistisch of anderszins denigrerend aan te merken uiting die afbreuk doet aan de fundamentele waarden van het verdrag. Mede bezien in het licht van de rechtspraak van het EHRM, geniet een dergelijke uiting niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf en/of maatregel. Het is aan verzoeker om de hoogte van de sanctie te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen sanctie.

Adviesaanvraag nr. 2024-00181

Voorgenomen disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen en het daarin doen van uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend dan wel racistisch karakter. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. Een groot deel van de uitingen van de ambtenaar valt niet onder het bereik van artikel 10 van het EVRM en is daarom niet beschermenswaardig onder het verdrag. Het gaat om grof taalgebruik met het enkele doel om te beledigen en/of om extreem haatdragende taal, zonder dat daarmee wordt beoogd informatie of ideeën over te brengen. De uitingen kunnen als zeer kwetsend en beledigend worden ervaren, omdat ze veelal een racistisch oogmerk hebben. Met het doen van dergelijke grievende uitspraken wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel. Er is daarom sprake van uitingen die afbreuk doen aan de fundamentele waarden van het verdrag. Dergelijke uitingen genieten niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. De uitingen die wel onder artikel 10 van het EVRM vallen, leveren geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dienen geen functioneel doel. De uitingen lijken enkel de strekking te hebben om te kwetsen, te denigreren en/of te kleineren. Ze overschrijden de in artikel 10 van de ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00182

Voorgenomen disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen en het daarin doen van uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend dan wel racistisch karakter. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. Een deel van de uitingen van de ambtenaar valt niet onder het bereik van artikel 10 van het EVRM en is daarom niet beschermenswaardig onder het verdrag. Het gaat om grof taalgebruik met het enkele doel om te beledigen en/of om extreem haatdragende taal, zonder dat daarmee wordt beoogd informatie of ideeën over te brengen. Het betreft uitingen die een beledigend en racistisch karakter hebben. Met het doen van dergelijke grievende uitspraken wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel. Er is daarom sprake van uitingen die afbreuk doen aan de fundamentele waarden van het verdrag. Dergelijke uitingen genieten niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. De uitingen die wel onder artikel 10 van het EVRM vallen, leveren geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dienen geen functioneel doel. De uitingen lijken enkel de strekking te hebben om te kwetsen, te denigreren en/of te kleineren. Ze overschrijden de in artikel 10 van de ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00183

Voorgenomen disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen en het daarin doen van uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend dan wel racistisch karakter. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. Een deel van de uitingen van de ambtenaar valt niet onder het bereik van artikel 10 van het EVRM en is daarom niet beschermenswaardig onder het verdrag. Het gaat om grof taalgebruik met het enkele doel om te beledigen en/of om extreem haatdragende taal, zonder dat daarmee wordt beoogd informatie of ideeën over te brengen. De uitingen kunnen als zeer kwetsend en beledigend worden ervaren, omdat ze veelal een racistisch oogmerk hebben. Met het doen van dergelijke grievende uitspraken wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel. Er is daarom sprake van uitingen die afbreuk doen aan de fundamentele waarden van het verdrag. Dergelijke uitingen genieten niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Een van de uitingen die wel onder artikel 10 van het EVRM valt, levert of kan een bijdrage leveren aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De uiting lijkt geen (direct) denigrerend of kleinerend karakter te hebben. Ze overschrijdt de in artikel 10 van de Ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting daarom niet. De andere uitingen die onder artikel 10 van het EVRM vallen, leveren geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dienen evenmin een functioneel doel. Deze uitingen lijken enkel de strekking te hebben om te denigreren en/of te kleineren. De uitingen overschrijden daarom de in artikel 10 van de Ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00184

Voorgenomen disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen waarin onder andere uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend karakter zijn gedaan en het sturen van een zeer ongepaste, grievende uitlating over een zedenmelding. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. De uiting valt onder artikel 10 van het EVRM, maar levert geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dient evenmin een functioneel doel. De uiting lijkt enkel de strekking te hebben om te denigreren en/of te beledigen. De uiting overschrijdt daarom de in artikel 10 van de Ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting, wat kwalificeert als licht plichtsverzuim. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00185

Voorgenomen disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag en inhouding van 20 verlofuren in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen en het daarin doen van uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend karakter. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. Een deel van de uitingen van de ambtenaar valt niet onder het bereik van artikel 10 van het EVRM en is daarom niet beschermenswaardig onder het verdrag. Het gaat om grof taalgebruik met het enkele doel om te beledigen en/of om extreem haatdragende taal, zonder dat daarmee wordt beoogd informatie of ideeën over te brengen. De uitingen hebben een beledigend en racistisch karakter. Met het doen van dergelijke grievende uitspraken wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel. Er is daarom sprake van uitingen die afbreuk doen aan de fundamentele waarden van het verdrag. Dergelijke uitingen genieten niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Van een van de uitingen is niet te achterhalen hoe deze is bedoeld, aangezien niet bekend is waarop de ambtenaar heeft gereageerd waardoor niet kan worden bepaald in welke context de uiting is gedaan. Enkele uitingen die wel onder artikel 10 van het EVRM vallen, leveren geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dienen evenmin een functioneel doel. Deze uitingen lijken enkel de strekking te hebben om te kwetsen, te denigreren en/of te kleineren. Ze overschrijden daarom de in artikel 10 van de Ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00187

Voorgenomen disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag in verband met onder meer deelname aan diverse WhatsApp-groepen en het daarin doen van uitingen met een grensoverschrijdend, ongepast en/of discriminerend dan wel racistisch karakter. Het handelen van de ambtenaar kwalificeert als de uitoefening van het recht tot vereniging en de vrijheid van meningsuiting en valt daarmee binnen de bevoegdheid van de commissie. Verzoeker was zodoende gehouden om de gedragingen van de ambtenaar die daarop betrekking hebben aan de commissie ter beoordeling voor te leggen. Een beperking van de uitoefening van het recht tot vereniging is onder de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd. Een groot deel van de uitingen van de ambtenaar valt niet onder het bereik van artikel 10 van het EVRM en is daarom niet beschermenswaardig onder het verdrag. Het gaat om grof taalgebruik met het enkele doel om te beledigen en/of om extreem haatdragende taal, zonder dat daarmee wordt beoogd informatie of ideeën over te brengen. De uitingen kunnen als zeer kwetsend en beledigend worden ervaren, omdat ze veelal een racistisch oogmerk hebben. Met het doen van dergelijke grievende uitspraken wordt geen bijdrage geleverd aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie. De gebruikte woorden dienen evenmin een functioneel doel. Er is daarom sprake van uitingen die afbreuk doen aan de fundamentele waarden van het verdrag. Dergelijke uitingen genieten niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. De overige uitingen die wel onder artikel 10 van het EVRM vallen, leveren geen bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat of discussie en dienen evenmin een functioneel doel. Deze uitingen lijken enkel de strekking te hebben om te kwetsen, te denigreren en/of te kleineren. Ze overschrijden daarom de in artikel 10 van de Ambtenarenwet opgenomen grens ten aanzien van het gebruik van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er geen bezwaren zijn om een disciplinaire straf op te leggen. De evenredigheid van de opgelegde straf kan niet worden beoordeeld. Daarom wordt volstaan met de in het advies weergegeven overwegingen ten aanzien van de kwalificatie van de ernst van de gedragingen.

Adviesaanvraag nr. 2024-00055

Voorgenomen disciplinaire straf van ontslag en subsidiair ongeschiktheidsontslag in verband met het doen van uitingen op Twitter op een wijze die mogelijk aanzet tot haat, discriminatie of geweld en/of beledigend is voor mensen wegens hun ras. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De racistische uitingen, soms zelfs refererend aan geweld, doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom weinig tot geen bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting weinig tot geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen straf en de in dat verband door de ambtenaar geuite bezwaren.

Adviesaanvraag nr. 2023-00121

Voorgenomen disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag en overplaatsing naar een ander team in verband met het doen van discriminerende en beledigende uitingen. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De krenkende uitingen doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen straf.

Adviesaanvraag nr. 2023-00120

Voorgenomen disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag en subsidiair ongeschiktheidsontslag in verband met het doen van discriminerende en beledigende uitingen. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De krenkende uitingen doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen straf of over de vraag of de ambtenaar zich als een goed ambtenaar heeft gedragen als bedoeld in artikel 6 van de Ambtenarenwet.

Adviesaanvraag nr. 2023-00078

Voorgenomen disciplinaire straf van vermindering van het recht op vakantieverlof met 36 uur en voorgenomen educatieve maatregel waarbij tijdens een zestal reflectiebijeenkomsten ten overstaan van collega’s op het handelen moet worden gereflecteerd in verband met het doen van discriminerende en beledigende uitingen richting een collega. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De racistisch of anderszins denigrerend aan te merken uitingen doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf en/of maatregel aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de sanctie(s) te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen sanctie(s).

Adviesaanvraag nr. 2023-00077

Voorgenomen disciplinaire straf van vermindering van het recht op vakantieverlof met 18 uur en voorgenomen educatieve maatregel waarbij tijdens een zestal reflectiebijeenkomsten ten overstaan van collega’s op het handelen moet worden gereflecteerd in verband met het doen van een discriminerende en beledigende uiting richting een collega. De uiting van de ambtenaar valt binnen de bevoegdheid van de commissie en is terecht aan de commissie voorgelegd. De racistisch of anderszins denigrerend aan te merken uiting doet afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij geniet daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf en/of maatregel aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de sanctie te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen sanctie.

Adviesaanvraag nr. 2023-00015

Voorgenomen disciplinaire straf van ontslag politieambtenaar in verband met onder meer deelname aan WhatsApp-groep waarin grensoverschrijdende en/of discriminatoire uitingen zijn gedaan. De uiting van de ambtenaar valt binnen de bevoegdheid van de commissie en is terecht aan de commissie voorgelegd. De uiting is racistisch of anderszins denigrerend en doet afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij geniet daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen straf.

Adviesaanvraag nr. 2023-00014

Voorgenomen disciplinaire straffen van voorwaardelijk ontslag en overplaatsing politieambtenaar in verband met onder meer deelname aan WhatsApp-groep waarin grensoverschrijdende en/of discriminatoire uitingen zijn gedaan. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De uitingen zijn krenkend en beledigend en doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen sancties.

Adviesaanvraag nr. 2023-00013

Voorgenomen disciplinaire straf van ontslag, subsidiair ongeschiktheidsontslag politieambtenaar in verband met onder meer deelname aan WhatsApp-groep waarin grensoverschrijdende en/of discriminatoire uitingen zijn gedaan. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De uitingen zijn racistisch of anderszins denigrerend en doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen straf.

Adviesaanvraag nr. 2023-00012

Voorgenomen disciplinaire straffen van voorwaardelijk ontslag en overplaatsing politieambtenaar in verband met onder meer deelname aan WhatsApp-groep waarin grensoverschrijdende en/of discriminatoire uitingen zijn gedaan. De uitingen van de ambtenaar vallen binnen de bevoegdheid van de commissie en zijn terecht aan de commissie voorgelegd. De uitingen zijn krenkend en beledigend en doen afbreuk aan de fundamentele waarden van het EVRM. Zij genieten daarom niet de bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van de vrijheid van meningsuiting geen bezwaar bestaat tegen het opleggen van een disciplinaire straf aan de ambtenaar. Het is aan verzoeker om de hoogte van de straf te bepalen. Nu het recht van de vrijheid van meningsuiting geen bescherming biedt, is het mitsdien niet aan de commissie om een oordeel te geven over de evenredigheid van de op te leggen sancties.

Adviesaanvraag nr. 2022-00098

Voorgenomen strafontslag, subsidiair ongeschiktheidsontslag, politieambtenaar in verband met onder meer gedane meningsuitingen over onder andere collega’s, vrouwen, personen met een lichamelijke of geestelijke beperking en Marokkanen. De commissie acht zich bevoegd om van de uitingen kennis te nemen. De uitingen zijn te beschouwen als uitingen van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017, die op de werkvloer zijn gedaan in het bijzijn van collega’s (dat wil zeggen buiten de privésfeer) en derhalve gericht aan derden en kenbaar voor de geadresseerde en derden. Zij zijn daarmee geopenbaarde gedachten en gevoelens.  De meningsuitingen leveren plichtsverzuim op. Het plichtsverzuim is aan de ambtenaar toerekenbaar. De straf heeft betrekking op het totaal aan gedragingen zoals verwoord in het voornemen, inclusief de uitingen, die daar een onderdeel van vormen. Aan verzoeker komt de rechtsplicht toe te zorgen voor een goede en veilige werksituatie voor haar werknemers. Vanuit de taak van de commissie komt aan verzoeker de bevoegdheid en vrijheid toe om te komen tot een disciplinaire sanctie ten aanzien van een werknemer die zo’n situatie door zijn/haar gedrag schaadt. De commissie komt louter de bevoegdheid toe te oordelen over uitingen die te kwalificeren zijn als vrijheid van meningsuiting. Omdat die uitingen een onderdeel zijn van het bestrafte patroon van gedragingen en de commissie die uitingen door hun aard en omvang kwalificeert als slechts in geringe mate beschermenswaardig, is de commissie van oordeel dat er geen reden is om vanuit het perspectief van de vrijheid van meningsuiting te oordelen dat de door verzoeker op te leggen sanctie op disproportionele wijze de vrijheid van meningsuiting beperkt. Dit betekent dat de uitingen de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag om te komen tot het opleggen van de in het geding zijnde straf niet beperken.

Adviesaanvraag nr. 2022-00249

Voorgenomen disciplinaire straf van gedeeltelijke inhouding van salaris ter hoogte van een bedrag van € 500,00 bruto politieambtenaar in verband met ongepaste, grensoverschrijdende en/of kwetsende uitlating en plaatsen van een ongepaste, grensoverschrijdende en/of kwetsende afbeelding. De commissie acht zich bevoegd om van de uitingen kennis te nemen. De uitingen zijn te beschouwen als uitingen van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017 en zijn in het openbaar gedaan. De meningsuitingen leveren ernstig plichtsverzuim op, dat aan de ambtenaar toerekenbaar is. Er bestaat geen onevenredigheid tussen de uitingen en de op te leggen straf. Verzoeker is dus bevoegd om de voorgenomen straf aan de ambtenaar op te leggen.

Adviesaanvraag nr. 2022-00087  

Voorgenomen strafontslag politieambtenaar in verband met onder meer gedane meningsuitingen over onder andere Marokkanen. De commissie acht zich bevoegd om van de uitingen kennis te nemen. De uitingen zijn te beschouwen als uitingen van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Ambtenarenwet 2017, die in het openbaar zijn gedaan in het bijzijn van collega’s en/of burgers. De meningsuitingen leveren plichtsverzuim op. Het plichtsverzuim is aan de ambtenaar toerekenbaar. De straf heeft betrekking op het totaal aan gedragingen zoals verwoord in het voornemen, inclusief de uitingen, die daar een onderdeel van vormen. De commissie komt louter de bevoegdheid toe te oordelen over uitingen die te kwalificeren zijn als uitingen van gedachten of gevoelens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Ambtenarenwet. Omdat die uitingen een onderdeel zijn van het bestrafte patroon van gedragingen en de commissie die uitingen door hun aard en omvang kwalificeert als slechts in geringe mate beschermenswaardig, is de commissie van oordeel dat er geen reden is om vanuit het perspectief van de vrijheid van meningsuiting te oordelen dat de door verzoeker op te leggen sanctie op disproportionele wijze de vrijheid van meningsuiting beperkt. Dit betekent dat de uitingen de discretionaire bevoegdheid van het bevoegd gezag om te komen tot het opleggen van de in het geding zijnde straf niet beperken.

Adviesaanvraag nr. 2022-00030  

Op 7 juli 2021 heeft de ambtenaar een drietal tweets geplaatst. Verschillende (belangengroepen van) politieambtenaren en burgers reageerden intern en extern met verontwaardiging en teleurstelling richting verzoeker op de tweets, vanwege de als mogelijk polariserende, discriminerende en racistisch aangemerkte tekst. Zij spraken verzoeker aan op het in dienst hebben van de ambtenaar. Mede omdat op het profiel zichtbaar was dat de ambtenaar werkzaam is bij de politie en zij een leidinggevende functie heeft.

 

Adviesaanvraag nr. 2021-00264

Voorgenomen strafontslag politieambtenaar in verband met op internet gedane meningsuitingen over onder andere de aanpak van de coronapandemie en de handhaving van de daarmee gepaard gaande maatregelen, betrokkenheid bij activiteiten en protestmarsen van Police for Freedom Nederland en aanwezigheid tijdens een door Viruswaarheid georganiseerde demonstratie in Den Haag. Een deel van de meningsuitingen en de betrokkenheid bij Police for Freedom Nederland leveren ernstig plichtsverzuim op en de aanwezigheid tijdens de demonstratie levert plichtsverzuim op. Het plichtsverzuim is aan de ambtenaar toerekenbaar. Er bestaat geen onevenredigheid tussen het totaal aan uitingen en gedragingen van de ambtenaar en de op te leggen straf. De aard en omvang van de uitingen en gedragingen van de ambtenaar en de gevolgen daarvan voor de politieorganisatie en haar medewerkers maken dat verzoeker vanuit zijn verantwoordelijkheid mocht menen dat het gedrag van de ambtenaar niet onbestraft kon blijven. De keuze voor ontslag is begrijpelijk om de door verzoeker in zijn brief van 9 september 2021 genoemde redenen. Verzoeker heeft met de keuze voor deze straf ook voldoende rekening gehouden met de belangen van de ambtenaar.

Adviesaanvraag nr. 2021-00219

Voorgenomen onvoorwaardelijk strafontslag politieambtenaar onder meer vanwege meningsuitingen over de corona-maatregelen en over het politieoptreden bij de handhaving van een door de burgemeester uitgevaardigd demonstratieverbod. Met name de laatstgenoemde meningsuiting levert ernstig plichtsverzuim op vanwege de ernstige en langdurige schade die daardoor is toegebracht aan de samenwerking van de betrokkene met zijn collega’s en aan het vertrouwen in hem van de politieorganisatie. Bovendien kan betrokkene gelet op een indringend correctiegesprek dat met hem is gevoerd gelden als een gewaarschuwd man en vervult hij een voorbeeldfunctie. Gelet op deze omstandigheden acht de commissie een voorwaardelijk strafontslag evenredig aan het gedeelte van het aan betrokkene ten laste gelegde plichtsverzuim waarover zij bevoegd is te oordelen. Zij houdt het niet voor onmogelijk dat de straf van onvoorwaardelijk ontslag evenredig is aan het geheel van het aan betrokkene ten laste gelegde plichtsverzuim, maar de politie moet dit wel nader motiveren.

Adviesaanvraag nr. 2021-0158

Disciplinaire straf Limburgse politieambtenaar vanwege enkele bijdragen aan een kleine besloten WhatsApp-groep van vrouwelijke politieambtenaren. Op aandrang van de gemachtigde van de ambtenaar wordt de commissie in de bezwaarfase alsnog verzocht om advies, omdat hij de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting aan de orde acht.

Adviesaanvraag nr. 2020-0073

Strafontslag Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-0072

Strafontslag Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-0071

Strafontslag Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-0070

Disciplinaire straf Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-0069

Strafontslag Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-0068

Strafontslag Limburgse politieambtenaar. Hangende een adviesaanvraag aan de commissie over het voorgenomen strafbesluit neemt verzoeker al een definitief strafbesluit. Tegen dit besluit maakt de ambtenaar bezwaar en verzoeker dient bij de commissie een aanvullende adviesaanvraag in met een reactie op dit bezwaar.

Adviesaanvraag nr. 2020-00031

Voorgenomen schriftelijke berisping van een Rotterdamse politieambtenaar vanwege discriminerende uitlatingen in een app-groep van politieambtenaren. De commissie kan zich met deze voorgenomen disciplinaire straf verenigen.

Adviesaanvraag nr. 2020-00030

Voorgenomen schriftelijke berisping van een Rotterdamse politieambtenaar vanwege discriminerende uitlatingen in een app-groep van politieambtenaren. De commissie kan zich met deze voorgenomen disciplinaire straf verenigen.

Adviesaanvraag nr. 2020-00029

Voorgenomen schriftelijke berisping van een Rotterdamse politieambtenaar vanwege discriminerende uitlatingen in een app-groep van politieambtenaren. De commissie kan zich met deze voorgenomen disciplinaire straf verenigen.

Adviesaanvraag nr. 2020-00028

Voorgenomen schriftelijke berisping van een Rotterdamse politieambtenaar vanwege discriminerende uitlatingen in een app-groep van politieambtenaren. De commissie kan zich met deze voorgenomen disciplinaire straf verenigen.

Adviesaanvraag nr. 2020-00027

Voorgenomen schriftelijke berisping van een Rotterdamse politieambtenaar vanwege discriminerende uitlatingen in een app-groep van politieambtenaren. De commissie kan zich met deze voorgenomen disciplinaire straf verenigen.

Adviesaanvraag nr. ABB/2020/12971

Bezwaarschrift van een 57 jarige brigadier tegen de disciplinaire straf en de rechtspositionele maatregelen die hem zijn opgelegd vanwege zijn wijze van deelname aan een WhatsApp groep van politieambtenaren waarin hij de hoogste in rang was. Gelet op zijn voorbeeldfunctie binnen deze groep mocht hij volgens de commissie zwaarder worden gestraft dan zijn groepsgenoten. De straf van inhouding van 32 uur vakantie acht te de commissie evenredig aan het door de ambtenaar gepleegde plichtsverzuim. Dit bestond onder meer uit het plaatsen van kwetsende opmerkingen over een leidinggevende en een collega, het delen van aanstootgevende, beledigende, discriminerende, operationele erotische, pornografische en/of seksistische bestanden en het niet waarmaken van zijn voorbeeldfunctie binnen de groep.

Adviesaanvraag nr. ABB/2018/12300

Aan een politieambtenaar was de disciplinaire straf opgelegd van inhouding van twee periodieken gedurende twee jaar vanwege kwetsende uitlatingen over moslims in een bericht op een besloten Facebookpagina van de politie. Eerst in de bezwaarprocedure tegen deze disciplinaire straf wordt de AGFA verzocht om advies. De commissie acht zich bevoegd dit advies uit te brengen en adviseert een minder zware disciplinaire straf op te leggen, bijvoorbeeld een eenmalige inhouding van een aantal vakantiedagen. Daartoe overweegt de commissie dat de aan de ambtenaar opgelegde disciplinaire straf mede vanwege zijn financiële gevolgen onevenredig is aan de ernst en zwaarte van het door hem gepleegde plichtsverzuim. Dit is het geval vanwege de niet evident strafbare bewoordingen van het bericht, het besloten karakter van het medium waarin dit is geplaatst, de korte duur van deze plaatsing en de beperkte schadelijke gevolgen hiervan voor het functioneren van de ambtenaar en van de politie.

Adviesaanvraag nr. ABB/2015/11379

Een politieambtenaar overtreedt artikel 125a lid 1 van de Ambtenarenwet door op Facebook het Openbaar Ministerie te beschuldigen van leugens en een advocaat ‘minkukel’ te noemen. De uitspraak over het Openbaar Ministerie is ongepast, gelet op de gezagsverhouding waarin de ambtenaar bij de opsporing van strafbare feiten staat ten opzichte van het Openbaar Ministerie. De kwalificatie ‘minkukel’ van de advocaat is onnodig diffamerend, omdat deze kwalificatie de gehele persoonlijkheid van de advocaat betreft en niet alleen een handelwijze waarmee de ambtenaar het niet eens is.

Adviesaanvraag nr. ABB/2015/11385

Een docent Beroepsvaardigheden bij de politie geeft op Facebook aan dat hij moslims haat en wenst op Facebook alle moslims een langzame, pijnlijke dood toe. Uitgaande van een volledige toerekenbaarheid van het plaatsen van deze Facebookberichten aan de ambtenaar, acht de commissie geen beletselen aanwezig om hiervoor de disciplinaire straf van ontslag voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaar.